Ze rennen achter elkaar aan alsof de wereld van hen is.. totdat de deur opengaat
Aapie kittens
Maak kennis met de Aapie kittens van 3 maanden oud en waarschijnlijk broer en zus, in ieder geval een duo dat samen sterk staat. En geloof ons: klein zijn betekent bij deze twee absoluut niet dat je weinig te vertellen hebt.
Toen ze in een vangkooi terechtkwamen, trokken ze meteen alle registers open. Bange ogen, oren plat op het koppie, een compleet orkest aan gesis en geblaas én natuurlijk de nodige meppen. Ze zijn misschien jong en klein, maar vlak deze dame en heer vooral niet uit!
Ze zijn geen mensen gewend en hun enige eerdere contact met ons was toen ze gevangen werden. Het is dan ook niet zo gek dat ze ons voorlopig vooral eng vinden.
Maar zodra de Aapie's denken dat er niemand kijkt, komt er ineens een heel andere kant van ze tevoorschijn. Dan zijn ze samen aan het stoeien, rennen ze achter elkaar aan en lijkt het wel alsof ze de grootste lol hebben met z'n tweetjes. Op zulke momenten zou je bijna niet zeggen dat ze mensen nog spannend vinden. Tot wij de kamer binnenkomen… Dan weten de Aapie's ineens niet hoe snel ze weer ergens óp of ín moeten kruipen, met hun oortjes plat op hun koppie.
De opvang is voor deze twee eigenlijk geen ideale plek om vertrouwen op te bouwen. De vreemde geluiden, alle bewegingen en iedere dag weer andere mensen maken ze onzeker. Ze hebben juist een rustige, voorspelbare en veilige basis nodig.
Wij vermoeden dat er, wanneer iemand écht de tijd in ze investeert, nog veel meer in deze twee kan zitten. Misschien worden die platte oortjes ooit nieuwsgierige oortjes. Misschien verandert het geblaas in voorzichtig gesnuffel. En misschien ontdekken ze uiteindelijk dat een mens helemaal niet zo verschrikkelijk is.
Wie voor de Aapie's kiest, moet niet schrikken van geblaas, gesis of een verdwaalde mep. Vertrouwen moet langzaam worden opgebouwd en misschien duurt het een hele tijd voordat ze ontdekken dat mensen ook veilig kunnen zijn.
En misschien worden ze nooit echte knuffelkatten. Misschien willen ze vooral hun eigen gang gaan en vinden ze een beetje afstand juist heerlijk. Ook dat is goed.
Wie durft deze missie van de lange adem aan?